085-833 2040
slider_4

De zin en onzin van een concurrentie

De zin en onzin van een concurrentie- of relatiebeding

Er was eens een bakker. En bij die bakker werkte een medewerker die het gevoel had dat het anders moest. Anders in de zin van klantvriendelijker, anders in de zin van het bakker zijn met een idee; een visie. Anders omdat hij dacht dat zijn huidige werkgever (de opper bakker) op lange termijn de boot zou missen.
De medewerker dacht lang na, er restte hem maar één conclusie: weg gaan en zelf een bakkerswinkel beginnen. Een ondernemer dus, want laten we wel wezen, je begint een onderneming maar om twee redenen: je kunt het beter of je doet iets anders (en soms de combinatie van die twee). De medewerker had ingezien dat de consument steeds bewuster ging kopen, gezonder wilde worden en minder dik. En hij dacht dat hij met speltbrood daar een markt mee kon bedienen.
So far so good, de medewerker sprak zijn baas en vertelde dat hij weg wilde gaan om een nieuwe bakkerswinkel te beginnen. De bakker wilde natuurlijk weten wat de medewerker dan anders ging doen, want die kennis kon hij zelf ook gebruiken.
En op een dag, kwam de bakker naar de medewerker toe en zei: ”vriend, je hebt een concurrentie- en relatiebeding, dus je mag wel weg, maar geen bakkerswinkel beginnen”. Nou ja, de medewerker en de bakker kwamen er snel uit. Dat concurrentiebeding in een kapitalistische markt is natuurlijk onzin. De markt vraagt om concurrentie, stimuleert het dus verbiedt het zeker niet.
Met het relatiebeding ging het anders. De bakker zei namelijk: “Je mag wel een bakkerswinkel beginnen, maar dan mag je geen brood verkopen aan klant 1 tot en met 100. Want als je dat gaat doen, kost het mij en je collega’s geld”. De medewerker begreep er niets van! Klant 53 mag in dit land toch zelf beslissen bij wie hij zijn brood wil kopen? De bakker zei: “Dat klopt. De klant mag zelf beslissen bij wie hij zijn brood koopt, jij mag het alleen niet aan klant 53 verkopen”.
De medewerker was nog meer teleurgesteld, hij was nooit ziek geweest (althans, was nooit ziek gemeld afwezig), hij had bergen geld voor de bakker verdiend en alle klanten vonden hem aardig. Sommigen kwamen zelf voor hem en lieten de supermarkt links liggen. Niet allemaal, maar toch.
Dat is de wereld van de bakkers…..
Jawel, dat rekenen we ook goed. Het is zeker ook de markt van intermediairs. Overigens komt het ook in andere markten nog voor. In onze markt is kennelijk schaarste aan goede mensen; schaarste aan goede recruiters en schaarste aan goede sales mensen. We vinden onze markt zo uniek dat nieuwe medewerkers bijna altijd bij een concurrent vandaan komen. Redenatie: I go one up, competition goes one down. Eigenlijk zonde van al het geld en de energie… Alsof het de markt kan schelen waar die goede medewerker in dienst is.
Wat vinden we hier nu van? Laat ik eens een stelling op tafel gooien:
Het concurrentie- en relatiebeding bestaan bij de gratie van angst en onvermogen
De medewerker had visie, ondernemersgeest, wilde de markt op een andere manier bedienen en dacht daarmee zijn geld te kunnen verdienen. Zou hij slagen? Een bos bloemen en een goed glas wijn wat mij betreft. Zou hij falen? Jammer, goede leerschool gehad en kennelijk zit de markt niet te wachten op zijn aanpak en zijn dienst of product.
De bakker had ook kunnen luisteren naar zijn medewerker. Hem een schouderklopje of equivalent kunnen geven en zeggen: “Wat een goed idee! We gaan speltbrood verkopen.” De medewerker zou blij en vereerd zijn. Hij zou dagelijks weer fluitend naar zijn werk gaan en het gevoel hebben gewaardeerd te worden. Niet alleen zijn baas had kennelijk de wijsheid in pacht, hij zelf ook!
Uiteindelijk is het allemaal, goed gekomen met de medewerker. Hij mocht een jaar lang klant 1 tot en met 100 niet bedienen maar die klanten wisten hoe dat kwam. Omdat ze het hem gunden bleven ze op hem wachten en na een jaar kwamen ze in grote getalen zijn winkel vereren met een bezoek (en aankoop). Hij had gehoord van andere bakkers medewerkers in de stad dat zij een beding hadden dat wel twee jaar duurde, dat wilde die bakkers namelijk.
En de bakker? Daar ging het steeds slechter mee. De klanten wilden nu eenmaal speltbrood en de bakker wilde hen persé zijn eigen brood verkopen.
De moraal van dit verhaal: dit soort bedingen is niet meer van deze tijd. Laten we blij zijn met mensen die willen ondernemen en werkgelegenheid creëren. Laten we blij zijn met mensen die iets nieuws willen (waarom zouden we in vredesnaam een mobiele telefoon willen hebben, laat staan eentje met touch screen). En laten we ons vooral focussen op eigen kunnen. Angst is altijd al een slechte raadgever geweest.

Zelf ervaren? Neem contact met ons op! Inschrijven kan natuurlijk ook direct door deze link te volgen